Geloof en Licht

Foi et Lumiere

 

 




Welkom

Nieuws

Agenda

Gebed

Inspiratie

Fioretti

Geschiedenis

Religies

ANBI gegevens

Links

Bereikbaar

Gastenboek

 

 

 

Fioretti: wat zijn dat?

Fioretti betekent in het Italiaans: “bloemetjes”. De fioretti van Geloof en Licht zijn ontleend aan de beroemde “Bloemetjes van St. Franciscus”, voorvallen die tekenend waren voor zijn geestesgesteldheid en manier van leven.

Nadat Sint Franciscus gestorven was begonnen zijn volgelingen, de eerste Franciscaanse broeders, al de typerende anekdotes, die zij zich herinnerden uit het leven van hun stichter, aan elkaar door te vertellen. Al snel voelde men het verlangen om deze verhalen voor het nageslacht te bewaren. Eén van hen besloot om ze in een boekje te verzamelen. Dat boekje kreeg de titel: “De Fioretti van Sint Franciscus van Assisi”.

Ook wij, bij Geloof en Licht, hebben veel verhalen om aan elkaar door te vertellen. Ze gaan over al die buitengewoon mooie ervaringen in onze gemeenschappen. Ook wij willen ze graag ‘fioretti’ noemen. En ook wij vinden dat deze ‘fioretti’ bewaard zouden moeten worden voor het nageslacht.

Onze fioretti zijn tekenend voor de spiritualiteit van Geloof en Licht. Spiritualiteit is de droom die we in ons leven willen verwezenlijken, de wijze van leven die strookt met onze visie. Fioretti houden ons een spiegel voor. Onder de vele verhaaltjes die we in ons leven horen zijn er maar enkele die ons ten diepste raken. Dat zijn onze sleutelverhaaltjes, keerpuntervaringen. Zij scheppen onze levensdroom. Fioretti helpen ons niet alleen in wijsheid te groeien en onze spiritualiteit te vinden, maar hebben ook een soort ingebouwde kracht om die spiritualiteit te laten werken, om ons die te doen beleven. Zij veranderen ons zonder het te beseffen.

Hoe kunnen we het beste onze ‘fioretti’ met elkaar delen?

Om te beginnen moeten we niet menen dat het moeilijk is om met een verhaal voor de dag te komen. Het leven zit vol met ‘zeldzame momenten’, vol wonderlijke kleine gebeurtenissen die de moeite waard zijn om doorverteld te worden. Elke keer als we zeggen: “Goddank!” kunnen we er zeker van zijn dat er een klein wondertje heeft plaatsgevonden. We hoeven alleen maar te leren om meer met onze aandacht erbij te zijn, een time-out te nemen en te zeggen: “Hé, hier gebeurde iets bijzonders!”

Een volgend belangrijk punt is dat we moeten leren om deze kostbare gebeurtenissen vast te leggen in ons geheugen en tegen onszelf te zeggen: “Dit is iets om door te vertellen.” Daarnaast is het belangrijk om de door ons beleefde fioretti op te schrijven.

 

Een bijzonder kerstverhaal

 

Dit verhaal speelt zich af in een groot instituut voor mensen met een verstandelijke beperking. Het kerstfeest nadert. Elk jaar is er met Kerstmis een speciale en feestelijke bijeenkomst voor bewoners, personeel, familie en vrienden. Tijdens die bijeenkomst wordt dan ook traditioneel door de toneelgroep van het instituut het kerstverhaal uitgebeeld. De toneelgroep bestaat geheel en al uit gehandicapte leden van het instituut. Elk jaar opnieuw is het een bijzonder sfeervolle middag, iedereen kijkt er met spanning naar uit. Alleen dit jaar verloopt alles op een ander manier.

Ruim van tevoren is de toneelgroep al flink aan het oefenen geslagen. De rollen zijn verdeeld: dat is al spannend genoeg! Wie mag er dit jaar Maria en Jozef spelen? Ook de kleren worden uitgezocht en aangepast. De grote dag van het optreden komt langzaam dichterbij. Alle attributen en het podium worden klaargemaakt, het decor wordt dit jaar opnieuw geschilderd. Er komt een mooie herberg op het podium te staan met een echte deur erin. Daar kunnen Maria en Jozef echt op kloppen en om onderdak vragen voor de nacht. Alles is klaar, het is bijna zover. Maar dan gebeurt er een kleine ramp: de jongen die de herbergier zou spelen wordt ineens erg ziek. Hij ligt met hoge koorts in bed en kan niet optreden. Natuurlijk wordt hij van alle kanten getroost. Maar hoe moet het nu met het kerstspel? Wie kan hem vervangen?

Gelukkig heeft hij niet zo’n moeilijke rol: hij heeft maar één regel tekst. Hij hoeft maar te wachten tot er op de deur van de herberg wordt geklopt; dan moet hij naar buiten komen en dan heel hard en duidelijk tegen Maria en Jozef zeggen: “Nee, sorry, ik heb géén plaats meer in de herberg, ik zit helemaal vol!”

Jos zou de rol van herbergier wel over kunnen nemen misschien, hij is een spontane jongen en heeft een harde stem. Er wordt nog gauw even met Jos geoefend. Hij hoeft alleen maar een paar keer die éne zin te herhalen, en hard en duidelijk spreken. Nou, dat gaat prima, dat kan hij wel onthouden! Het komt helemaal goed!

Dan is het zover! De zaal stroomt vol met bewoners en personeel, familie en vrienden. Iedereen kijkt vol verwachting naar het toneel. Het gordijn gaat open en het verhaal begint. Maria en Jozef spelen erg goed: je kunt wel zien dat ze moe en uitgeput zijn van de lange reis helemaal naar Bethlehem. Nu zoeken ze een slaapplaats voor de nacht. Bij de herberg kloppen ze stevig op de deur. De herbergier komt naar buiten. Jozef vertelt dat zijn vrouw een kindje verwacht; en vol tranen vertelt Maria hoe moe ze is; is er misschien ergens nog een klein plekje voor hen in de herberg? Jos, de herbergier, vergeet helemaal wat hij moet zeggen. Hij is zo geraakt door het verdriet en de zorgen van Maria en Jozef dat hij spontaan zegt: “Ja hoor, er is nog best wel een plekje vrij voor jullie!”

Even valt er een stilte. De regisseur van het spel aarzelt: moet hij ingrijpen, moet hij snel corrigeren en Jos op zijn fout wijzen? Maar dan flitst het door hem heen: Nee, het is helemaal niet fout wat Jos doet, het is juist heel goed. Waren we maar allemaal zoals hij! Dan lieten we arme en verdrietige mensen gewoon binnen in ons huis en in ons hart!

En zo verloopt het spel dit jaar helemaal anders. Maria en Jozef mogen binnenkomen in de herberg. En in plaats van een arme stal wordt Jezus nu geboren in een warm beschut plekje. En alle andere gasten van de herberg en de herders uit de buurt komen het kleine kindje Jezus daar begroeten en het wordt er heel gezellig. Dankzij die goede herbergier die spontaan zijn hart heeft laten spreken!

Een vader vertelt zijn verhaal

Mijn dochtertje is blind en verstandelijk gehandicapt. Dat is niet gemakkelijk geweest voor mij en mijn vrouw, en dat is het nog steeds niet. Wij zijn leden van een Geloof en Licht gemeenschap hier in Japan. Dat heeft mij diep aan het denken gezet.

Ik wil jullie vertellen over een grote verandering in mijn leven. Omdat mijn dochtertje iedere dag naar een speciale school moest, was het mijn taak haar ’s morgens naar de schoolbus te brengen. De bus stond niet ver van ons huis te wachten, maar omdat mijn dochtertje blind is en zwaar gehandicapt, kostte het ons ongeveer een uur om er te komen. Iedere keer was het voor mij een ware kwelling. In ons land lopen de mensen altijd snel en gehaast, en daar was ik dan, die mijn dochter bij de hand moest houden en tergend langzaam moest voortslepen. Het was iedere morgen voor mij een verschrikking. Maar, zoals ik jullie verteld heb, ik ben veranderd. Ik ben nu een ander mens., De wandeling met mijn dochtertje is nu voor mij het mooiste uur van de dag geworden.

 

Julie

Een aantal internationale filmmakers heeft een korte film gemaakt over een bezoek van personen met een verstandelijke beperking aan een cultureel evenement.
De bedoeling is om hen uit te nodigen hun gevoelens te uiten bij het zien van cultuur.
Zo zie je een bezoek van een groepje verstandelijk gehandicapten aan het Louvre.

Julie uit Frankrijk, met downsyndroom, heeft ook meegedaan.

Op het filmpje zie je haar voor een schilderij staan.
De reporter (buiten beeld) vraagt haar wat dit schilderij bij haar oproept.
Jullie zegt: "Waarom stel je mij al deze vragen?"
Reporter: "Ik wil je graag beter leren kennen, weten wie jij bent."
Julie: "Ik ben Julie du Chéné."
Reporter: "En wie is dat dan, die Julie du Chéné?"
Julie: "Dat is een persoon waar ik heel veel van houd, en dat ben ik!"

Het verhaal van een aalmoezenier

Voordat ik aalmoezenier van Geloof en Licht werd, was ik een priester die een zekere afstand schept, waardoor mensen zich niet snel op hun gemak voelen.
Na een aantal jaren begon een dame over mij te vertellen tegen iedereen die het maar horen wilde: “Je moet eens kijken hoe onze aalmoezenier tegenwoordig is. Dan had je hem vroeger eens moeten kennen!" Gelukkig maar..!

Een ezel voor het kerstverhaal

Over de vaders van een gehandicapt kind …

 

 

De geboorte van een gehandicapt kind is voor de vaders net zo’n groot verdriet als voor de moeders, alleen drukken ze zich anders uit. Hun verlegenheid belemmert hen vaak om er over te praten. Omdat ze, in vergelijking met de moeder, hun kind lichamelijk wat minder nabij zijn, kunnen ze in de verleiding komen om nog meer afstand te nemen of zelfs het huis te ontvluchten. Andere vaders kunnen juist de neiging hebben om te veel van hun kind te verlangen: het moet voortdurend vooruitgang boeken en vaardigheden aanleren, om toch maar vooral zoveel mogelijk ‘normaal’ te worden. En dan zijn er nog de vaders die de diepe nood van hun kind verstaan, zijn essentiële behoefte om omringd te worden door een sfeer van vrede die voortkomt uit de onderlinge eenheid van de beide ouders en hun liefde voor elkaar en die net zo wezenlijk zijn als de melk of het dagelijks brood. Het kind heeft dorst naar de genegenheid van zijn vader, zijn bemoediging en vertrouwen. De gemeenschap van Geloof en Licht betekent voor de vaders soms een geheel nieuwe etappe in hun leven, wanneer ze de deur van hart maar durven openzetten …

 

Antoine, bedrijfsleider van een grote firma, weigerde pertinent om naar de bijeenkomsten van Geloof en Licht te komen, ondanks herhaaldelijk aandringen van zijn vrouw en vooral van zijn dochter Benedicte, hun gehandicapte dochtertje. Hij was graag bereid om hen er met de auto naartoe te brengen en hen naderhand, aan het eind van de bijeenkomst, weer op te komen halen, “maar meer moeten jullie mij echt niet vragen.”

Op een dag – het was de bijeenkomst voorafgaand aan Kerstmis – had de gemeenschap van Geloof en Licht een mime voorbereid om het kerstverhaal uit te beelden. En zoals altijd hielp de ‘chef’ een handje met het uitladen van de auto en van alle spullen naar het zaaltje te brengen. Een paar jonge vrienden van de gemeenschap die de mime hadden voorbereid, en die niet op de hoogte waren van zijn leidinggevende functie in het dagelijks leven, stapten op hem af: “Wij hebben voor onze mime nog iemand nodig die de ezel kan spelen. Zou u dat niet willen doen?” – “Nee, dat heb ik echt nog nooit gedaan en ik zou niet weten hoe dat moet.” – “O, maar dat is heel makkelijk: u hoeft alleen maar op handen en voeten te gaan zitten, wij leggen een bruine deken over u heen en daarna hoeft u alleen maar naast Maria en Jozef te blijven lopen.” Benedicte riep meteen enthousiast: “Ja, pappa, dat zou keigaaf zijn!” Hij liet zich ompraten ...

 

Later vertelde hij: “Dat was een belangrijk moment in mijn leven, toen ik me daar op handen en voeten bevond, terwijl Benedicte als een lammetje naast mij voort huppelde.” Deze ontmoeting met Geloof en Licht was de eerste van een ontelbaar aantal andere bijeenkomsten die daarop zouden volgen. Sinds die dag is hij gewoon nog maar ‘Antoine’, een vader, die graag de ontmoeting met andere vaders zoekt, omdat hij hun zorgen en problemen zo goed begrijpt.

Violaine

 
Violaine heeft het syndroom van Down.
Haar moeder hoort haar bezig in de badkamer.  
Violaine kijkt naar zichzelf in de spiegel en zingt:
“Dank je wel, lieve God, voor het wonder dat ik ben!”
Klinkt dit niet bijna net zo mooi als het Magnificat van Maria?

 

Alles komt goed!

De icoon van Geloof en Licht is gedurende de gehele bijeenkomst vooraan in de zaal geplaatst.  
In het midden van de icoon zie je Jezus aan het kruis.
Links en rechts van Hem onder het kruis staan Maria en Johannes. 
Monika komt dichterbij om de icoon goed te bekijken.
Zij wordt erg verdrietig en begint te huilen …
Monika voelt intens mee met het verdriet van de personen die op de icoon zijn afgebeeld.  
Iedereen wordt er een beetje verdrietig van.
Dan begint de  H. Mis.   
Tijdens het preekje zegt de priester: 
       “Jezus is echt verrezen!
        En wij moeten dit aan iedereen  vertellen!”

Roderik springt van vreugde op uit zijn stoel en roept heel hard: “Alleluja!”
Hé, hé, gelukkig maar: iedereen is blij!
De wereld is weer in orde.
Jezus is vanmiddag werkelijk verrezen …
Alles komt toch weer goed!

Hartmut

 
Hartmut is een kernlid van de gemeenschap van Geloof en Licht in Tecklenburg.
Wij zijn op een bijeenkomst van de provincie.
Op de eerste avond maken we een voorstellingsrondje.
Iedereen vertelt zijn naam en de gemeenschap waartoe hij of zij behoort.
Als Hartmut aan de beurt is zegt hij niet zijn naam, maar begroet iedereen plechtig met de woorden: “Dierbare broeders en zusters.”
Want Hartmut beschouwt zichzelf als diaken en doet dat met grote ernst en eerbied.

Een paar maanden later ontmoet ik Hartmut weer.
We praten samen wat met elkaar.  
Ik vraag aan Hartmut: “Wat heb je voor hobby’s?”
Hartmut vertelt me dat hij heel graag zingt.
We pakken de liedbundel erbij en zingen samen een paar liedjes.
Hij kent ze allemaal!
Dan zegt hij: “Ik heb nog meer hobby’s.”
Ik vraag natuurlijk: “O ja, wat dan?”
Hij zegt: “Ik wil graag mensen dichter bij God brengen!”

Kindje Jezus in mijn handen.

  

Tijdens de bijeenkomst van G&L zijn we bezig met de Eucharistieviering.
Midden onder de H. Mis, op het moment van de consecratie, moet tot mijn lichte ergernis Corrie alweer naar de wc. Het schiet door me heen en valt me nu pas op dat ze dat inderdaad vaak doet onder de H. Mis. En dus neem ik me direct voor om haar de volgende keer van tevoren eerst nog even naar het toilet te sturen.

Ze is al een jaartje ouder en kan niet goed lopen (krijgt binnenkort een nieuwe 'hurp' zegt ze zelf, een nieuwe heup dus) en komt dan meestal helemaal van achteren (want daar zit ze graag, een beetje in haar eigen wereldje), een beetje moeizaam naar voren richting toilet, gecombineerd met het geluid van opengaande deuren en klaterend water, en dat duurt een tijdje. Ze is dan net op tijd terug voor de Communie.

Bij de volgende bijeenkomst stuur ik Corrie vóór aanvang van de H. Mis eerst nog even naar de wc. Maar tijdens de H. Mis loopt ze evengoed weer naar de toiletruimte. Ik hoor Corrie langzaam die kant uitsloffen en even later hoor ik de kraan lopen. Ik ga maar eens kijken: de handen van Corrie zijn ijskoud. Ik zeg: “Maar Corrie toch, hoe kom je toch aan zo'n koude handen?” Ze praat wat onduidelijk, dus moet ik met aandacht luisteren om haar antwoord te verstaan. Ze zegt: 'Ik heb mijn handen gewassen (met koud water), want ik krijg het Kindje Jezus in mijn handen!” Ik vraag het nog een keer, of ik het wel goed verstaan heb, maar ze zegt nog een keer  precies hetzelfde!

Of ze nu elke keer moet plassen, of gewoon haar handen gaat wassen, ik weet het niet, in ieder geval raakt het me diep hoe veel eerbied ze van binnenuit voelt voor de komst van het Kindje Jezus in haar handen!!

Extra chromosoom

Ik wil jullie graag een vraag voorleggen die gesteld werd door een vrouw met downsyndroom. Deze vraag hield haar al langere tijd bezig, en ze kwam er maar niet uit. Op een dag vroeg ze aan haar dokter: “Als ik in de hemel kom, zal ik dan nog altijd mijn extra chromosoom hebben?” (Het downsyndroom wordt immers veroorzaakt doordat in het erfelijk materiaal het chromosoom 21 in drievoud voorkomt in plaats van in tweevoud). En de dokter antwoordde: “Natuurlijk, je zult in de hemel ook je extra chromosoom hebben!”

Toen ik dit hoorde was ik helemaal ontdaan, vooral omdat ik aan mijn dochter Julie moest denken! Ik had daar zelf een heel andere voorstelling van: ik zag Julie in de hemel, zonder haar handicap, samen met alle engelen en heiligen zingen van de heerlijkheid Gods.

Op een dag kreeg ik ineens het antwoord op deze vraag: de verrijzenis van Jezus met Pasen gebeurde immers niet zonder zijn wonden; juist aan de wonden van de verrezen Heer kon Thomas Jezus herkennen. Thomas kon zich geen Jezus voorstellen zonder de tekens van de nagels en de lans in zijn zijde. Dus waarom zou dat bij onze vrienden met een verstandelijke beperking anders zijn?

Wonden, gebreken, handicaps: ze zijn de tekens waarin God zijn liefde aan ons openbaart. Daarvan zijn wij allen getuige bij elke ontmoeting van Geloof en Licht. En de genade die we daar telkens mogen ontvangen doet ons in verwondering uitroepen, net als Thomas: “Mijn Heer en mijn God!”, om uit te gaan over de hele wereld en te getuigen van de vreugde die wij ervaren in het samenzijn met Jezus’ beste vrienden!

Ja, er zullen in de hemel nog steeds mensen zijn met een extra chromosoom, maar ze zullen er niet meer onder lijden. Het zal voor hen zoiets als een toegangskaartje zijn voor een plekje op de eerste rang; en als wij hun vrienden zijn … dan nemen ze ons misschien wel met hen mee!

Ghislain du Chéné